Besluit bouwwerken leefomgeving
Vanaf 1 januari 2024 is het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) een feit. Een groot deel van de tekst in het Bbl komt overeen met de tekst uit het bouwbesluit. Het Bbl is wel wat anders ingedeeld. Zo zijn de eisen voor bestaande bouw opgenomen in hoofdstuk 3, nieuwbouw in hoofdstuk 4 en het gebruik van bouwwerken in hoofdstuk 6. Dit zijn voor REOB de belangrijkste hoofdstukken.
Bestaande bouw
Voor bestaande bouw zijn er enkel regels opgesteld voor blustoestellen en droge blusleidingen. Er worden geen eisen gesteld voor het aanbrengen van brandslaghaspels in bestaande bouw. Uit tabel 3.124 van het Bbl blijkt welke eisen gelden per gebruiksfunctie.
Voor blustoestellen zijn de eisen opgenomen in artikel 3.127.
Bijna alle eisen voor het plaatsen van blustoestellen zijn vervallen. Voor een woonfunctie voor kamergewijze verhuur geldt dat er een draagbaar blustoestel aanwezig moet zijn in een gezamenlijke keuken en ten minste een per bouwlaag in een ruimte waardoor een gezamenlijke vluchtroute voert.
Een blustoestel moet duidelijk zichtbaar opgehangen of gemarkeerd met een pictogram als bedoeld in NEN 3011.
Voor droge blusleidingen zijn de eisen opgenomen in artikel 3.125.
Bijna elke gebruiksfunctie met een vloer van een verblijfsgebied hoger gelegen dan 20 m boven het meetniveau dient een droge blusleiding te hebben.
Nieuwbouw
Voor nieuw te bouwen gebruiksfuncties blijkt uit tabel 4.219 welke eisen per gebruiksfunctie gelden voor brandslanghaspels, blustoestellen en droge blusleidingen.
Voor brandslanghaspels zijn de eisen opgenomen in artikel 4.220.
Een nieuw te bouwen gebruiksfunctie (afhankelijk van de functie zoals aangegeven in tabel 4.219) moet ten minste een brandslanghaspel hebben. De gecorrigeerde loopafstand tussen een brandslanghaspel en elk punt van de vloer van een gebruiksfunctie mag niet groter zijn dan de lengte van de brandslang, vermeerderd met 5 m. Daarnaast heeft brandslanghaspel een slang met een lengte van niet meer dan 30 m, is aangesloten op een voorziening voor drinkwater en mag niet liggen in een ruimte met een trap waarover een beschermde vluchtroute voert. Een brandslanghaspel moet duidelijk zichtbaar opgehangen of gemarkeerd met een pictogram als bedoeld in NEN 3011.
Voor blustoestellen zijn de eisen opgenomen in artikel 4.223.
Voor een woonfunctie voor kamergewijze verhuur geldt dat er een draagbaar blustoestel aanwezig moet zijn in een gezamenlijke keuken en ten minste een per bouwlaag in een ruimte waardoor een gezamenlijke vluchtroute voert.
Een blustoestel moet duidelijk zichtbaar opgehangen of gemarkeerd met een pictogram als bedoeld in NEN 3011.
Voor droge blusleidingen zijn de eisen opgenomen in artikel 4.221.
Bijna elke gebruiksfunctie met een vloer van een verblijfsgebied hoger gelegen dan 20 m boven het meetniveau dient een droge blusleiding te hebben.
Een droge blusleiding moet voldoen aan de NEN 1594.
Gebruik van bouwwerken
In Artikel 6.4 is een specifieke zorgplicht voor het brandveilig gebruik van bouwwerken opgenomen.
Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat als gevolg van het gebruik een brandgevaarlijke situaties of brand kan ontstaan, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om dat te voorkomen.
Onderhoud aan blustoestellen en brandslanghaspels (artikel 6.35).
Een in het Bbl voorgeschreven draagbaar, verrijdbaar blustoestel en brandslanghaspel moet ten minste eenmaal per twee jaar op adequate wijze worden onderhouden, waarbij ook de goede werking van dat blustoestel wordt gecontroleerd.
Het onderhouden van deze blustoestellen en brandslanghaspels conform het certificatieschema “Onderhoud blusmiddelen REOB” wordt door ons als certificatie-instelling gezien als adequaat.
In paragraaf 5.5.3 van de NEN 2559 staat dat de uiterste datum waarop het eerstvolgende onderhoud uitgevoerd moet worden, moet worden vermeld op het onderhoudsetiket. Uit bijlage A van deze norm blijkt dat dit jaarlijks dient te zijn. Het is hierdoor vanuit het certificatieschema niet toegestaan een periode in te knippen van meer dan een jaar. Deze eis geldt ook voor brandslanghaspels.
Uitgebreid onderhoud aan droge blusleidingen.
Een in het Bbl voorgeschreven droge blusleiding en pompinstallatie moeten eenmaal in de vijf jaar worden getest volgens NEN 1594. Dit is opgenomen in artikel 6.34. Dit komt overeen met deelgebied C2 uit het certificatieschema “Onderhoud blusmiddelen REOB”.
Mochten er naar aanleiding van dit nieuwsbericht nog vragen of opmerkingen zijn kunt u contact opnemen met Arnold van Beers (abs@cibv.nl), Martijn Oors (mos@cibv.nl) of Bas Hattink (bhk@cibv.nl).
Deze tekst is met zorg samengesteld maar kunnen verder geen rechten aan worden ontleend.